Alle 20 Q4C-Kwaliteitsstandaarden op een rij

De 20 Q4C-Kwaliteitsstandaarden zijn vastgelegd in de publicatie ‘Kwaliteitsstandaarden Jeugdzorg Q4C. Wat kinderen en jongeren belangrijk vinden als ze niet thuis wonen.’ (Van Beek, F., & Rutjes, L. BSL, 2009). Klik hier voor verdere informatie over deze publicatie. 

0. Alles is erop gericht om uithuisplaatsing te voorkómen.

"Ik woon het liefst thuis of bij familie of bekenden."

1. Jeugdigen en hun familie hebben de regie.

"Mijn familie en ik bepalen wat er met mij gebeurt."

2. De jeugdigen worden ondersteund bij de te nemen beslissingen.

"Ik krijg hulp bij de keuzes die ik moet maken."

3. Jeugdigen en hun familie worden goed geïnformeerd.

"Ik krijg genoeg en de juiste informatie zodat ik een goed besluit kan nemen."

4. De juiste hulp wordt zo snel mogelijk geboden.

"Ik krijg snel goede hulp en mijn familieleden ook."

5. De plaatsing wordt goed voorbereid en begeleid.

"Mijn familie en ik weten goed waar we aan toe zijn als ik ergens word geplaatst."

6. Het hulpverleningsplan garandeert continuïteit, samenhang en resultaten.

"Het hulpverleningsplan maakt duidelijk welke en wanneer de doelen worden bereikt."

7. De plaatsing sluit aan bij de achtergrond en behoeften van jeugdigen.

"Ik word op een plek geplaatst die bij mij past en waar ik me kan ontwikkelen."

8. De plaatsing en de hulp bieden de jeugdigen een zo gewoon mogelijk leven.

"Ik wil geen speciaal geval of uitzondering zijn."

9. Jeugdigen kunnen blijven wonen op een plaats waar zij zich thuis voelen.

"Ik wil niet naar een andere plek als ik me goed en thuis voel waar ik woon."

10. Jeugdigen kunnen contact (onder)houden met familie en vrienden.

"Ik kan bij mijn familie en vrienden blijven horen en contact met hen hebben."

11. Pleegouders en professionals zijn vaardig in het opvoeden en helpen van jeugdigen.

"Ik word goed geholpen bij al mijn vragen en problemen."

12. Pleegouders en professionals luisteren naar jeugdigen en nemen hen serieus.

"Ik heb te maken met pleegouders en professionals die geïnteresseerd zijn in mij en mijn mening."

13. Jeugdigen worden gestimuleerd om mee te praten en invloed te hebben op hun leefomgeving.

"Daar waar ik verblijf, heb ik inspraak in hoe het er uit ziet en hoe het er aan toegaat."

14. De hulpverlening garandeert de veiligheid van de jeugdigen.

"Ik woon op een plek waar ik veilig ben en me thuis voel."

15. Jeugdigen krijgen de mogelijkheid om in contact te komen met leeftijdgenoten in een vergelijkbare situatie.

"Ik kan ervaringen uitwisselen en steun en tips krijgen van andere kinderen en jongeren."

16. Jeugdigen kunnen ergens terecht als zij een vraag of een klacht hebben met betrekking tot de hulpverlening.

"Ik weet bij wie ik terecht kan als ik het ergens echt niet mee eens ben."

17. Jeugdigen en hun familie worden goed voorbereid op de situatie na verblijf in een pleeggezin of groep.

"Ik weet goed waar ik aan toe ben als ik mijn pleeggezin of leefgroep verlaat."

18. Jongeren worden bijtijds voorbereid op zelfstandig (gaan) wonen.

"Alle dingen zijn goed voorbereid en geregeld als ik op mezelf ga wonen."

19. Na vertrek uit de jeugdzorg is ondersteuning gegarandeerd, ook voor de familie.

"Als dat nodig is, krijg ik ook hulp als ik niet meer in een groep of pleeggezin woon."

 

Bij de uitvoering van alle afzonderlijke Q4C-Kwaliteitsstandaarden gelden acht basisuitgangspunten. Wij noemen die ‘de ground rules’. Zij zijn van toepassing bij iedere standaard.

  1. Recht: Kinderen hebben het recht op de naleving van de wet en het IVRK.
  2. Regie: Jeugdigen en hun familie willen de regie over hun situatie hebben en hebben daarbij behoefte hebben aan actieve ondersteuning. Het gaat om optimale participatie in alle fasen en kwesties in de besluitvorming en het hulpverleningsproces.
  3. Veiligheid: Veiligheid is altijd van belang. Jeugdigen willen veilig zijn op de plek waar zij wonen, hetzij thuis, hetzij in een groep of pleeggezin. Zij hechten zoveel belang aan veiligheid dat het voor de meesten van hen de enige reden is die een uithuisplaatsing rechtvaardigt.
  4. Respect: Jeugdigen en hun familie willen respectvol bejegend worden, in welke situatie zij ook verkeren.
  5. Privacy: Jeugdigen willen privacy en wensen dat hun vertrouwen niet beschaamd wordt door het ongevraagd doorgeven van informatie door professionals.
  6. Verbondenheid: Jeugdigen willen de gelegenheid hebben goede relaties op te bouwen en te onderhouden met mensen die voor hen belangrijk zijn.
  7. Informatie: Om regie te kunnen voeren is informatie belangrijk. Jeugdigen willen alle informatie krijgen die voor hen van belang is.
  8. Klachten: Jeugdigen moeten ergens terechtkunnen als ze een klacht hebben.

Klik hier voor de PDF-versie van deze 8 ground rules.